Texel Connection

Zondag, 25 maart 2017. Rillend staan we in het rulle zand aan de rand van een kunstmatig aangelegd meertje van camping De Flaasbloem, voor de start van onze tweede Hard van Brabant. Aan onze voeten ligt een kegeltje met daaronder de materialen waarmee we ons persoonlijke startschot gaan laten klinken. Een tampon, wat geïmpregneerd hout en een vuurstick. Aan de overkant van het zand ligt een rotje, in het midden een aansteeklont. Vorig jaar ging het een beetje mis: in ons enthousiasme staken we de tampon aan voordat we schaafsel hadden gemaakt van het geïmpregneerde hout. WOESH. Weg was de tampon. Oeps. Dit jaar zijn we voorzichtiger. Eerst rustig schaafsel maken, dan een piramide bouwen, dan pas aansteken. Het resultaat is in beide gevallen hetzelfde: als één-na-laatste team verlaten we het zand voor het begin van onze 5 uur durende race.

 
De eerste etappe, op de mountainbike, is rechttoe-rechtaan. Alle checkpoints die we kunnen pakken liggen op één lijn – en we hebben dan ook afgesproken om ze ook daadwerkelijk allemaal te pakken. Dit jaar hebben we een zelfgeknutselde kaarthouder op de mountainbike gemonteerd, zodat we kunnen navigeren tijdens het fietsen. De eerste CP’s knallen er lekker doorheen. Na een half uur komen we bij een opstopping van deelnemers, midden in het bos. De knipper blijkt aan de voet van een berk op een eilandje te liggen, en één van de deelnemers zal tot zijn oksels het ijskoude water in moeten om erbij te komen. Ik ontspring de dans; mijn teammaat offert zich op.
 
Als we bij het eerste wisselpunt aankomen besluiten we om de tweede etappe te gaan lopen, zodat zijn natte kleren zo snel mogelijk weer opdrogen. Omdat we allebei geoefende lopers zijn gaat het ons goed af – we halen diverse groepjes zoekende mede-racers in. De kaart die we bij het lopen krijgen is een uitdaging: hij is in repen geknipt en de repen zijn vervolgens door elkaar gehusseld. We zijn eerst van plan om de repen los te knippen en in de goede volgorde weer aan elkaar te plakken – maar dat kan niet, want aan de achterkant staan foto’s die we nodig hebben om de CP’s te vinden. In plaats daarvan wordt het een test van ons ruimtelijk inzicht, waarbij we in gedachten verschillende straten en grachten van Breda in elkaar schuiven om te weten waar we heen moeten. (Mijn dank gaat uit naar Koningin Wilhelmina, wiens park met haar lange naam mij helpt om 3 verschillende stroken op volgorde te houden.) Het lukt ons om opnieuw alle CP’s te pakken, en we racen terug naar het wisselpunt. Kanoën: opnieuw alle CP’s. Mountainbiken: wederom alle CP’s. Het gaat goed zo! Ik begin er bijna in te geloven dat we de hele race alle CP’s kunnen gaan pakken.
 
Dan is het echter tijd voor de step/run etappe. Het is al 12:15, en we willen uiterlijk 13:00 beginnen met de laatste mountainbike etappe. Al snel merken we dat de afstanden in het bos te groot zijn. Dit gaat niet in 45 minuten lukken. We nemen de beslissing om alleen de CP’s van 10 punten te pakken, en steppen/rennen een ingekort rondje. Stiekem natuurlijk ook omdat we de krenten in de pap, het boogschieten en het klepschieten met een schuttersbuks, niet willen laten liggen.
 
In de laatste mountainbike etappe moeten we wederom het water in. Nu is het mijn tijd om natte voeten te halen: eerst bij een boom die in een meertje staat en later in een donkerbruin stinkend vennetje midden in het bos. Dan beseffen we dat we nog maar 15 minuten hebben voordat we binnen moeten zijn. We plotten een route die ons zo recht-toe-recht-aan mogelijk naar de finish brengt, en zetten alles op alles om er zo snel mogelijk te zijn. Rechts van mij schiet een meertje voorbij. Ik weet dat in de oever aan de overzijde een knipper ligt. 10 punten, en we hoeven alleen maar even om het meertje heen te fietsen. Maar we hebben geen tijd meer: elke minuut is straks 2 strafpunten. Dus we laten de CP aan ons voorbij gaan. We komen andere groepjes tegen, die in oostelijke richting het bos induiken richting een andere CP. “Weet je het zeker? We hebben nog 9 minuten!” hoor ik iemand roepen. Dat klopt, 9 minuten om bij de finish te komen. Elke richting behalve de zuidelijke is op dit moment de verkeerde. Dan komen we een groepje tegen dat ons tegemoet komt fietsen, en even twijfelen we. Gaan we wel goed? Maar we weten ons te herpakken, knallen door en schieten een paar minuten voor de deadline het bos uit. Daar is de Flaasbloem, nog even stampen op de pedalen en met 2 minuten speling rollen we over de finish.
 
Nahijgend zetten we onze mountainbikes weg. Nog twee laatste opdrachten staan tussen ons en het einde van de race: het doorhakken van een enorme boomstam en het beklimmen van een 20 meter hoog net inclusief wiebelige touwladder aan de top. Voor mijn gevoel ga ik vooral kapot bij het houthakken, maar achteraf zie ik dat mijn hartslag bij het hakken lager is dan op het moment waarop ik op 20 meter hoogte, balancerend op twee stammetjes, de laatste 10 punten bij elkaar knip. Nadat beide taken volbracht zijn nemen we de halve boomstammen op onze schouder: tijd voor een trotse finishfoto. Moe en voldaan laden we de spullen in de auto en vertrekken terug naar huis – naar Utrecht en Texel. Twee dagen later lezen we dat we met 420 punten de 1e plaats hebben weten te bemachtigen. Een onverwachte maar geweldige afsluiting van een prachtige dag. Dat belooft wat volgend jaar, als we dat rotje wel gewoon als eerste gaan laten knallen!
 

12782373-F40C3D13EFC9AA18A7EF.jpg